Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 2

Artikel 5.2.4

Snuffelmarkten e.d.

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Vught

1.. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester: in of op een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats een markt te organiseren of toe te laten, waar ter plaatse aanwezige goederen worden verhandeld; toe te laten, te bevorderen of er gelegenheid toe te geven, dat in of op een - al dan niet met enige beperking - voor publiek toegankelijk gebouw of plaats met een kraam, een tafel of enig ander dergelijk middel standplaats wordt of is ingenomen om goederen aan publiek aan te bieden, te verkopen of te verstrekken. 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1.9 kan een vergunning als bedoeld in het eerste lid worden geweigerd in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt. 3.. Het verbod geldt niet: voor ruimten die uitsluitend geheel en voortdurend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet; voor door verenigingen, buurthuizen en dergelijke niet commerciële organisaties, in een - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijk gebouw georganiseerde rommelmarkten waarvan de opbrengst uit verkoop uitsluitend bestemd is voor het doel van de eigen organisatie en waarbij niet meer dan 50 stands worden ingenomen. 4.. De markt als bedoeld in het derde lid, onder b, dient ten minste drie weken voor het tijdstip waarop de markt plaatsvindt schriftelijk bij de burgemeester te worden gemeld. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden deze termijn verkorten of een mondelinge melding ontvankelijk verklaren. 5.. Bij de melding als bedoeld in het vierde lid dient opgave te worden gedaan van: de naam en adres van de organisator van de markt; het doel van de markt; de datum waarop de markt wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en beëindiging; de locatie waar de markt wordt gehouden; het aantal stands, deelnemers en bezoekers. 6.. De burgemeester kan een melding als bedoeld in het vierde lid binnen een termijn van twee weken na ontvangst afwijzen op grond van de belangen zoals die zijn opgenomen in artikel 1.9 van deze verordening of in het belang van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt. 7.. De burgemeester kan in verband met de belangen die worden genoemd in het zesde lid nadere voorschriften stellen. 8.. Het is verboden een markt als bedoeld in het derde lid, onder b, te laten plaatsvinden, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen indien: gehandeld wordt in afwijking van de gegevens die bij de melding zijn verstrekt; de melding daarvan niet overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid is gedaan; de burgemeester de melding van de markt heeft afgewezen zoals bedoeld in het vijfde lid; gehandeld wordt is strijd met de nadere voorschriften zoals bedoeld in het zevende lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel