**1..** Het college kan een voorziening beëindigen als:
de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting, als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, niet nakomt; of
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; of
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2, van de wet; of
naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; of
de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; of
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of
de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening.
**2..** De aangeboden voorziening moet leiden tot de kortste weg naar betaald werk.
**3..** Het college kan voorzieningen aanbieden die niet in de verordening zijn genoemd indien dit een meer passende weg is naar arbeidsinschakeling
Hoofdstuk 2
Artikel 8
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Verordening Participatiewet re-integratie en gesubsidieerde arbeid 2018