In 2003 hebben de besturen van de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Den Haag, Dordrecht, Leiden, Rotterdam en Schiedam de Nota “Gezamenlijk bodemsaneringsbeleid” vastgesteld. Sinds het uitkomen van deze Nota is het bodembeleid verder ontwikkeld en op onderdelen gewijzigd. Dit heeft aanleiding gegeven om de Nota te actualiseren.
Belangrijke inhoudelijke punten van ontwikkeling en/of wijziging zijn onder meer:
de aanvullingen en wijzigingen in de normstelling;
de wijzigingen in de saneringsregeling van de Wet bodembescherming (Wbb);
de introductie van het Besluit uniforme saneringen (Bus);
ontwikkelingen in de kwaliteitszorg (Kwalibo) met normdocumenten voor bodemonderzoek en uitvoering en begeleiding van bodemsaneringen;
ontwikkelingen in de programmatische aanpak, zoals het in beeld brengen en beheren van de werkvoorraad, het identificeren van locaties waar met spoed moet worden gesaneerd;
de introductie van een stapsgewijze risicobeoordeling (Sanscrit);
ontwikkelingen in het beheer en uitwisselen van informatie over verontreinigde locaties (Bis);
de inwerkingtreding van het Besluit bodemkwaliteit, waaronder de introductie van maximale waarden voor landbouw / natuur, wonen en industrie en de afstemming met de saneringsregeling van de Wbb; en
de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Meer procesmatige veranderingen betreffen onder andere een verdere verschuiving van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de bodemsanering van overheid naar marktpartijen, terwijl bij de overheid het accent meer is komen te liggen bij het in beeld brengen en beheren van de werkvoorraad van nog te saneren locaties en het verzorgen van de informatievoorziening over bodemverontreiniging. Daarnaast is de verbreding van het bodembeleid van start gegaan. Ook andere bodemthema’s 1 Zie Beleidsbrief bodem 2003 krijgen steeds meer aandacht en worden betrokken bij het ontwerpen, de uitvoering en het beheer van ruimtelijke plannen 2 Zie onder andere Nota Ruimte 2003. Daarbij is er een toenemende aandacht voor het benutten van de mogelijkheden die de bodem en in het bijzonder de ondergrond voor onze samenleving biedt 3 Afspraken hierover zijn vastgelegd in het Bodemconvenant 2010. De verbreding van het bodembeleid en toenemende behoefte naar het gebruik van de ondergrond vraagt om een meer integrale en gebiedsgerichte aanpak van bodemverontreinigingen, vooral daar waar sprake is van mobiele verontreinigingen in gebieden die mogelijkheden bieden voor ondergronds ruimte gebruik, bijvoorbeeld voor Warmte en Koude Opslag (WKO).
Verder zijn er bestuurlijke veranderingen in gang gezet. Er worden/zijn regionale uitvoeringsdiensten gevormd die een groot deel van de bodemsaneringstaken gaan uitvoeren.
Ook deze ontwikkelingen maken het wenselijk om de in 2003 vastgestelde Nota te actualiseren en bestuurlijk te laten vaststellen.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1