Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.3

Artikel 12.

Termijnen advies en vergunningverlening

Onderdeel van Monumentenverordening 2006

1.. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de Commissie voor Welstand en Monumenten. 2.. De Commissie voor Welstand en Monumenten adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift. 3.. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de Commissie voor Welstand en Monumenten geacht geadviseerd te hebben. 4.. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de Commissie voor Welstand en Monumenten, maar in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag. 5.. Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn. 6.. Indien het college niet voldoet aan het vierde of vijfde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 7.. De werking van de vergunning wordt opgeschort totdat de beroepstermijn is verstreken of, indien beroep is ingesteld, op het beroep is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank, onderscheidenlijk de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzoeken de opschorting op te heffen.

Rechtspraak bij dit artikel