Naar hoofdinhoud
1.. De commissie stelt voor ieder te onderzoeken onderwerp een onderzoeksopzet vast en formuleert de onderzoeksvragen. 2.. De voorzitter van de commissie is belast met en verantwoordelijk voor de organisatie en uitvoering van het onderzoek. 3.. De commissie kan gebruik maken van (een) externe onderzoeker(s), met inachtneming van het beschikbare budget. 4.. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 5.. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de betreffende raad of gezamenlijke raden tussentijds te informeren. 6.. De commissie is bevoegd bij alle leden van de betreffende gemeentebesturen en bij alle ambtenaren die mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van de gemeentebesturen en de ambtenaren van de gemeenten zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. 7.. De commissie is bevoegd bij besturen en directies van de hierna genoemde organisaties de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van het onderzoek. Het betreft: Openbare lichamen en gemeenschappelijke organen ingesteld krachtens de Wet Gemeenschappelijke Regelingen waaraan de gemeente(n) deelnemen over de jaren dat wordt deelgenomen. Instellingen waaraan de gemeente(n), alleen of samen met andere gemeenten, een subsidie, lening of garantie heeft verstrekt ten bedrage van ten minste 50% van de baten van deze instelling, over de jaren waarop deze subsidie, lening of garantie betrekking heeft. NV’s en BV’s waarin de deelnemer(s) ten minste 50% aandelenkapitaal houdt/houden en over de periode dat de gemeente(n) alleen of samen het geplaatste aandelenkapitaal houdt. Rechtspersonen die een bij of krachtens de wet geregelde taak uitoefenen en daartoe geheel of gedeeltelijk worden bekostigd uit de opbrengst van bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. 8.. De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 9.. De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur kan de commissie rapporten die aan de raden worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 10.. De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 11.. De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid (ambtelijk wederhoor) om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het concept-bevindingenrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn in ieder geval degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De gemeentesecretaris bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. Het ambtelijk hoor- en wederhoor heeft betrekking op feitelijke informatie. 12.. De commissie legt het onderzoeksrapport inclusief conclusies en aanbevelingen aan de colleges voor ten behoeve van het bestuurlijke hoor, waarbij de termijn ook twee weken bedraagt. De reacties van de colleges worden integraal in het definitieve onderzoeksrapport opgenomen. De commissie kan een nawoord schrijven. 13.. Na vaststelling door de commissie wordt het definitieve onder toezending van een afschrift aan de colleges en betrokkenen, onder embargo aan de raden aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel