1 In deze verordening wordt verstaan onder:
begraafplaats(en): de Oosterbegraafplaats te Alphen aan den Rijn, de Begraafplaats Aarlanderveen te Aarlanderveen en Begraafplaats Buitendorp te Zwammerdam;
eigen graf: een zandgraf of een keldergraf, waarvoor, voor bepaald tijd, aan een natuurlijk persoon het uitsluitend recht is verleend tot:
het doen begraven en begraven houden van overledenen of de overblijfselen van overledenen;
het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
algemeen graf: een zandgraf of een keldergraf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van overledenen of de overblijfselen van overledenen;
algemeen urnengraf: een ondergronds graf bij de gemeente in beheer waarin aan eenieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen;
algemene nis: een bovengrondse plaats waar asbussen, zonder bijzondere bestemming, worden bewaard;
eigen urnennis: een bovengrondse nis boven de waarvoor aan een natuurlijk persoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
urnentuin: een op de begraafplaats door het college aangewezen gedeelte grond waarop urnen geplaatst worden
eigen plaats in de urnentuin: een gedenkplek gelegen in de urnentuin waarin aan een natuurlijk persoon de gelegenheid wordt gegeven tot het plaatsen van urnen voor bepaalde tijd;
urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen;
asbus: een bus ter berging van as van een overledene;
verstrooiingsplaats: een op de begraafplaats door het college aangewezen gedeelte waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waar voor bepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien, strooiweide of strooipad genoemd;
grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, een verstrooiingsplaats of gedenkplek;
gedenkplek: een plaats ingericht om overledenen te gedenken;
beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats(en) of degene die hem vervangt;
rechthebbende: de rechthebbende op een eigen graf, op een eigen plaats in de urnentuin, op een eigen urnennis in de urnenmuur of op een gedenkplaatje;
kindervlinder: een op de begraafplaats door het college aangewezen gedeelte waarop uitsluitend overledenen, die zijn gestorven voordat zij de leeftijd van 12 jaar hebben bereikt, begraven kunnen worden;
overledene(n): een lijk als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging.
gedenkteken: een uit één of meer elementen of andere voorwerp(en) bestaande grafbedekking, hieronder mede begrepen kettingen en hekwerken, niet zijnde grafbeplanting;
gedenkplaatje: een door de beheerder van de begraafplaats te verstrekken plaatje, welke door de beheerder wordt aangebracht op de gedenkplek;
afdekplaat: een door de beheerder van de begraafplaats goedgekeurde plaat, welke door de beheerder wordt aangebracht ter afsluiting van een nis;
keldergraf: een graf op een gemeentelijke begraafplaats, bestaande uit een bodem en vier wanden van beton of kunststof, welk graf een zodanige grootte heeft, dat daarin ten minste twee en ten hoogste vier overledenen begraven kunnen liggen;
onderhoud: het onderhouden van een graf, gedenkteken, urn, nis of grafbeplanting op een begraafplaats.
2 De in het eerste lid genoemde door het college aanwijsbare gedeelten kunnen via een uitvoeringsbesluit inclusief indelingstekening worden vastgesteld.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van begrafenisrechten 2010