**1..** Degene aan wie op grond van deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
**2..** Het college kan een beslissing aangaande een individuele voorziening beëindigen, wijzigen, herzien of intrekken als het college vaststelt dat:
de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening in natura of op het pgb zijn aangewezen;
de individuele voorziening in natura of het pgb niet meer toereikend is te achten;
de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening in natura of het pgb, of
de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening in natura of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.
**3..** Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft herzien of ingetrokken kan het college de geldswaarde van de teveel of ten onrechte genoten individuele voorziening of het teveel of ten onrechte genoten pgb terugvorderen.
**4..** Een beslissing tot verstrekking van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
Hoofdstuk 5.
Artikel 13.