**1..** Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een individuele voorziening voor zover zij geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag:
binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder wordt verstaan:
gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;
het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten;
door gebruik te maken van een overige voorziening, of;
door gebruik te maken van een andere voorziening.
**2..** Een jeugdige kan slechts in aanmerking komen voor een vervoersvoorziening van en naar een jeugdhulpaanbieder als:
het vervoer noodzakelijk is in verband met een medische noodzaak;
de jeugdige niet in staat is om op eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid (al dan niet gedeeltelijk en/of met behulp van de ouders en het sociale netwerk) het vervoer te organiseren;
het langdurige en/of intensieve hulp betreft, waardoor niet van ouders verlangd kan worden het vervoer te organiseren;
de afstand naar de jeugdhulpaanbieder ten minste 6 kilometer bedraagt.
**3..** Als de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken:
als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en;
voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen;
de termijn waarvoor de kosten voorafgaand aan de aanvraag met terugwerkende kracht kunnen worden vergoed is maximaal 3 maanden.
**4..** Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste, tweede en derde lid.
Hoofdstuk 4.
Artikel 8.