Het college weigert een aanvraag voor subsidie indien:
de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken;
de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
in het beoogde doel dan wel de activiteiten van de aanvrager op een andere wijze in belangrijke mate is voorzien;
de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;
de activiteiten van de aanvrager een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;
de activiteiten van de aanvrager naar het oordeel van het college niet passen binnen een door de raad vastgesteld beleidskader.
HOOFDSTUK 4.
Artikel 8.