**1..** De raad en het college van de deelnemende gemeente dat voornemens is uit te treden, maakt dit kenbaar aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur zendt het voornemen onverwijld door aan de overige colleges en raden van de deelnemende gemeenten.
**2..** Na ontvangst van het besluit als bedoeld in het eerste lid, doet het dagelijks bestuur binnen drie maanden een voorstel aan het algemeen bestuur omtrent de financiële en overige gevolgen van de uittreding.
**3..** Het algemeen bestuur regelt – met instemming van tweederde van colleges en de raden de deelnemende gemeenten – de financiële gevolgen alsmede de overige gevolgen van de uittreding.
**4..** De raad en het college van de deelnemende gemeente die voornemens zijn uit te treden nemen op basis van het voorstel, bedoeld in het derde lid, een definitief besluit. De uittreding vindt plaats met ingang van 1 januari van het jaar, volgende op dat waarin het besluit tot uittreding is ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Wet.
**5..** Geschillen samenhangend met de uittreding kunnen worden voorgelegd aan Gedeputeerde Staten als bedoeld in artikel 28 van de Wet.