Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk IV

Artikel 6

Zittingsduur

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling WSD

1.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de raad of het college van de betreffende deelnemende gemeente afloopt. 2.. De raden van de deelnemende gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de benoeming van nieuwe leden van het algemeen bestuur. Zolang de leden deel uitmaken van de raad, die hen heeft benoemd, dan wel het college van de betreffende deelnemende gemeente behouden zij het lidmaatschap van het algemeen bestuur totdat in hun opvolging is voorzien. 3.. Hij, die tussentijds ophoudt lid te zijn van de raad van de deelnemende gemeente, die hem heeft benoemd, ophoudt voorzitter van de raad te zijn of ophoudt lid te zijn van het college van de betreffende deelnemende gemeente houdt daarmee tevens op lid van het algemeen bestuur te zijn. 4.. Bij tussentijdse vacatures in het algemeen bestuur, benoemt de raad van de gemeente die het aangaat, zo spoedig mogelijk een nieuw lid. 5.. Van elke benoeming tot lid van het algemeen bestuur geeft het college van de deelnemende gemeente, die het aangaat, binnen acht dagen kennis aan de voorzitter van het schap.

Rechtspraak bij dit artikel