1 De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van vier jaar. Het college stelt een rooster van aftreden vast.
2 De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen.
3 De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien.