**1.** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2.** De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
**3.** In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.
**4.** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in
een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum;
een bedrijfskantine of – restaurant;
een bed & breakfast;
een conferentie-/vergaderaccommodatie;
een paracommerciële inrichting zoals bedoeld in de “Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013”.
**5.** In afwijking van het bepaalde in lid 1 is geen vergunning vereist voor zover sprake is van een openbare inrichting waar uitsluitend zelfstandige daghoreca plaatsvindt.
**6.** In afwijking van het bepaalde in lid 1 is geen vergunning vereist voor het exploiteren van een openbare inrichting waarin een horecabedrijf wordt uitgeoefend zoals bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.
**7.** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2. › Afdeling 8.
Artikel 2:28