Naar hoofdinhoud
1. Het is een inrichting voor zover geen paracommerciële inrichting zijnde zoals bedoeld in de “Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013”, toegestaan maximaal vier incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 3. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 4. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 5. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag 30 dB(A) hoger zijn dan de reguliere geluidsnormen die op de inrichting van toepassing is als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Voor de beoordeling van de geluidsniveaus gelden de bepalingen in het Besluit en de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. 6. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit uiterlijk om 24.00 uur, met uitzondering van vrijdag en zaterdag om 01.00 uur, te worden beëindigd. 7. Het college kan afwijken van de geluidsnormen en gedragsvoorschrift zoals genoemd in lid 2 en het in lid 3 genoemde eindtijdstip.

Rechtspraak bij dit artikel