**1..** Bijzondere bijstand wordt verleend met inachtneming van de draagkracht uit het inkomen van de belanghebbende.
**2..** Er is geen draagkracht aanwezig bij een inkomen op of lager dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c Participatiewet.
**3..** De draagkracht bedraagt 25% voor zover het inkomen hoger is dan 110% van de op belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in het tweede lid.
**4..** De draagkracht bedraagt 100% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5 onderdeel c Participatiewet, als sprake is van bijzondere bijstand voor woonkosten en voor kosten van levensonderhoud als bedoeld in artikel 12 Participatiewet.
**5..** De middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 Participatiewet, de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag zoals bedoeld in de artikelen 36 en 36b Participatiewet worden niet tot het inkomen gerekend.
**6..** In afwijking van het voorgaande wordt als gevolg van bijzondere omstandigheden de draagkracht afwijkend berekend in de onderstaande situaties:
bij een belanghebbende ten aanzien van wie een schuldsaneringsregeling op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) is uitgesproken; volgens het berekende Vrij te laten bedrag (VTLB);
bij een belanghebbende die tot een minnelijk schuldregelingstraject op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) is toegelaten; volgens het berekende Vrij te laten bedrag (VTLB);
bij een belanghebbende waar beslag op het inkomen van toepassing is, wordt rekening gehouden met het netto inkomen.
Hoofdstuk 1
Artikel 3.