Naar hoofdinhoud
1.. Een aanlijn- en muilkorfgebod, zoals bedoeld in artikel 2:59, eerste lid van de APV, kan door de burgemeester worden opgelegd aan de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond. 2.. De burgemeester legt de eigenaar of houder van een gevaarlijke hond geen muilkorfgebod op indien het bijten van de hond verklaarbaar is gezien de situatie. 3.. De maatregelen worden opgelegd voor onbepaalde tijd. 4.. Het aanlijn- en muilkorfgebod kan worden opgeheven indien de uitslag van een risico-assessment zoals bedoeld in artikel 4 hiertoe aanleiding geeft. 5.. Wanneer sprake is van bijten met ernstig letsel bij personen of zeer ernstig letsel bij dieren kan de burgemeester in afwijking van lid 1 t/m 3 besluiten tot inbeslagname van de gevaarlijke hond. 6.. Inbeslagname vindt niet plaats indien de eigenaar of houder vrijwillig afstand doet van de hond. 7.. De kosten van vervoer, verblijf en eventueel laten euthanaseren van de hond komen voor rekening van de eigenaar of houder van de hond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel