Burgemeester en wethouders trekken een urgentieverklaring in, indien:
aan de vereisten voor het verkrijgen van een urgentie niet meer wordt voldaan;
de urgentie is verstrekt op grond van gegevens waarvan de houder van de urgentie wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren;
de houder van de urgentie daarom verzoekt.
De urgentieverklaring vervalt automatisch indien de houder van de urgentie na de afgifte van de urgentie zelfstandige woonruimte in gebruik heeft genomen.
De urgentieverklaring vervalt indien de termijn waarvoor zij is verstrekt is verstreken.
Hoofdstuk 2
Artikel 12
Artikel 12
Onderdeel van Verordening, houdende regels omtrent de verdeling van woonruimte en de onttrekking van woonruimte