Naar hoofdinhoud

Artikel 2.

Doelgroep

Onderdeel van Beleidsregels Mee[r]doen-regeling CZG Noordoostpolder

Zelfstandig wonende inwoners van de gemeente die op het moment van aanvragen: een inkomen hebben van maximaal 120% van de voor hen toepasselijke bijstandsnorm. De hier bedoelde bijstandsnorm is de norm bedoeld in artikel 5 onderdeel c van de Wet werk en bijstand én een woon-, werk- of vervoersvoorziening ontvangen op grond van de Wet maatschappelijke Ondersteuning of; een indicatie hebben voor enige vorm van hulpverlening op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of; beschikken over een WMO indicatie voor langdurige thuiszorg of een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid of; een arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid ontvangen hebben tot de maand waarin zij 65 jaar werden of; een WWB uitkering ontvangen en om medische redenen van de verplichtingen zoals beschreven in artikel 9 lid 1 WWB zijn ontheven of; de beschikking hebben over een gehandicaptenparkeerkaart. Bewoners van verpleeghuizen, verzorgingshuizen en andere door de AWBZ gefinancierde instellingen, waaronder vormen van begeleid wonen, worden niet beschouwd als zelfstandig wonende inwoners. Studenten die een inkomen hebben op grond van de Wet Studiefinanciering en statushouders die wonen in een door het Rijk gefinancierde opvang zijn uitgesloten van het recht op een vergoeding van de regeling Mee[r]doen CZG. Vreemdelingen die rechtmatig in Nederland verblijven en een beroep kunnen doen op de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers en anderen categorieën vreemdelingen 2005 (Rva) zijn uitgesloten van het recht op een vergoeding van de regeling Mee[r]doen CZG. Vreemdelingen die illegaal in Nederland verblijven zijn eveneens uitgesloten van het recht op een vergoeding van de regeling Mee[r]doen CZG.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel