Naar hoofdinhoud
1.. Indien een houtopstand in strijd met een in deze verordening opgenomen verbod zonder vergunning is geveld, kan het college de verplichting opleggen dat binnen een door het college te bepalen termijn en overeenkomstig door het college te geven aanwijzingen, wordt herplant. Deze verplichting wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond, dan wel aan degene die de houtopstand heeft geveld dan wel heeft doen vellen. 2.. Indien herplant niet in redelijkheid op hetzelfde perceel of in de directe omgeving kan geschieden, kan in plaats van de in het eerste lid bedoelde verplichting worden opgelegd dat een door het college te bepalen bedrag, dat gelijk is aan de herplantwaarde, door de overtreder van het verbod in het gemeentelijk herplantfonds wordt gestort.

Rechtspraak bij dit artikel