Lid 1
Bij het vaststellen van de werktijden gelden de volgende uitgangspunten:
a.
De werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De regeling bestaat uit een standaard- en een bijzondere regeling;
b.
De standaardregeling, als bedoeld in artikel 4:2 van de CAR, geldt voor de medewerkers die zelf regelruimte hebben voor het bepalen van hun werktijden;
c.
De bijzondere regeling, als bedoeld in artikel 4:4 van de CAR is van toepassing op medewerkers die op wisselende of vaste tijden volgens rooster werken, waarvoor de individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden vastgesteld. Deze groepen medewerkers / functies zijn opgenomen in Bijlage A van deze regeling;
d.
De werktijden worden op basis van gezamenlijke verantwoordelijkheid door de leidinggevende vastgesteld;