**1..** met betrekking tot de rechten infectieziekten voor vervoer,
afzondering, onderzoek en verpleging:
indien de lijder in gezinsverband woont: een door de in
artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet
bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat
gezin;
indien de lijder is gehuisvest in een inrichting; betrokken
inrichting, haar bestuur en haar hoofd met dien verstande,
dat betaling door de één de ander van betalingsverplichting
bevrijdt;
in andere dan onder a en b genoemde gevallen: de lijder
zelf.
**2..** met betrekking tot de rechten infectieziekten voor reiniging en
ontsmetting:
van roerende goederen; de zakelijk genothebbende of de
gebruiker daarvan;
van niet-verhuurde of anderszins in gebruik gegeven
gebouwen, vaartuigen en voertuigen: de zakelijk
genothebbende daarvan;
van verhuurde of anderszins in gebruik gegeven gebouwen,
vaartuigen en voertuigen: de huurder of gebruiker
daarvan.
**3..** voor de verrichting genoemd in artikel 3, onder V, degene(n), die
voor de kosten van de desbetreffende lijkbezorging aansprakelijk
zijn.
**4..** Onder lijder, als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan degene,
die lijdt of van wie vermoed wordt dat hij lijdt aan een
infectieziekte, waarop de Infectieziektenwet S.1998, nr. 394 en te
wiens behoeve maatregelen voortvloeiende uit die wettelijke
voorschriften zijn genomen.