Naar hoofdinhoud
Voor een aantal definities wordt in het eerste lid aangesloten bij artikel 1 van de Jeugdwet. Voor de duidelijkheid zijn deze wettelijke definities hieronder weergegeven: -gecertificeerde instelling: rechtspersoon die in het bezit is van een certificaat of voorlopig certificaat als bedoeld in artikel 3.4 en die een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert; - jeugdhulp: 1°. ondersteuning van en hulp en zorg, niet zijnde preventie, aan jeugdigen en hun ouders bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptiegerelateerde problemen; 2°. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, en 3°. het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt, jeugdhulpverlener: natuurlijke persoon die beroepsmatig jeugdhulp verleent; jeugdige: persoon die: 1°. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, 2°. de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht, of 3°. de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van deze wet: – is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp als bedoeld in onderdeel 1°, waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, noodzakelijk is; – vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of – is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is; jeugdreclassering: reclasseringswerkzaamheden, genoemd in artikel 77hh, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, begeleiding, genoemd in artikel 77hh, tweede lid, van dat wetboek en het begeleiden van en toezicht houden op jeugdigen die deel nemen aan een scholings- en trainingsprogramma als bedoeld in artikel 3 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, het geven van de aanwijzingen, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, van die wet, of de overige taken die bij of krachtens de wet aan de gecertificeerde instellingen zijn opgedragen; kinderbeschermingsmaatregel: voogdij en voorlopige voogdij op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 255, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en voorlopige ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 257, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Deze wettelijke definities worden in het tweede lid aangevuld met enkele die specifiek voor deze subsidieregeling gelden. Het gaat om: - actieplan: Dit plan ziet op het vergroten van de wendbaarheid van de gecertificeerde instelling teneinde te voorkomen dat ze in een situatie geraakt waarin de activiteiten geheel of gedeeltelijk moeten worden beëindigd en een exitplan (zie hieronder) in uitvoering moet worden genomen. Het plan sluit aan bij het rapport van de Rebel Group ‘optimale beschikbaarheid van jeugdbescherming en jeugdreclassering’ , en is er op gericht de risico’s op gebied van continuïteit van bedrijfsvoering beter op te kunnen vangen. Hierbij kan worden gedacht aan risico’s bijvoorbeeld verbonden aan sterke wisselingen in de vraagontwikkeling en sterke wisselingen in de beschikbare personele capaciteit. In het rapport van de Rebel Group worden hiertoe ook handelingsmogelijkheden aangegeven. De kwaliteit van het actieplan is één van de criteria aan de hand waarvan de verschillende aanvragen worden gerangschikt (artikel 6). De kwaliteit wordt uitgedrukt in de wijze waarop en de mate waarin in het actieplan rekenschap is gegeven van de met het plan beoogde doelen en de wijze waarop is voorzien in een passende concrete werkwijze om die doelen te verwezenlijken. Hoe beter het actieplan in elkaar steekt, hoe hoger de score. -exitplan: Om gecertificeerde instellingen te bewegen tot het blijven leveren van zorg bij een (aanstaande) volledige of gedeeltelijke beëindiging van gesubsidieerde activiteiten (een ‘exit’), en tot het treffen van maatregelen om de continuïteit van de zorg in die exitperiode te borgen, moeten de instellingen een exitplan opstellen. Van een exit kan sprake zijn als de subsidierelatie wordt beëindigd of wanneer de gecertificeerde instelling gedurende de looptijd niet langer in staat is de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren. In het exitplan moet worden opgenomen op welke wijze de subsidieontvanger de werkzaamheden overdraagt aan de gecertificeerde instelling die ná haar de gesubsidieerde activiteiten gaat uitvoeren, hoe zo mogelijk werknemers worden overgenomen, hoe medewerking wordt verleend aan de omzetting naar een nieuwe partij en hoe die oorspronkelijke gecertificeerde instelling de zorgcontinuïteit zal gaan borgen tot het moment waarop de opvolger de gesubsidieerde activiteiten gaat uitvoeren. De kwaliteit van het exitplan is één van de criteria aan de hand waarvan de verschillende aanvragen worden gerangschikt (artikel 6). De kwaliteit wordt uitgedrukt in de wijze waarop en de mate waarin in het exitplan rekenschap is gegeven van de met het plan beoogde doelen en de wijze waarop is voorzien in een passende concrete werkwijze om die doelen te verwezenlijken. Hoe beter het exitplan in elkaar steekt, hoe hoger de score. Het tijdig in werking stellen van het exitplan is bovendien een aanvullende verplichting van de subsidieontvanger (artikel 15 lid 1 sub d). Voor alle duidelijkheid wordt hier nog opgemerkt dat het exitplan niet wordt gezien als een subsidiabele activiteit in de zin van artikel 2 lid 2 van de regeling. Wel is mogelijk dat ingeval een exitplan in uitvoering moet worden genomen daadwerkelijke en reële kosten voor vergoeding in aanmerking kunnen worden genomen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 4 lid 4 van deze regeling. -onderaannemer: Een op grond van deze regeling gesubsidieerde gecertificeerde instelling kan een deel van de gesubsidieerde activiteiten uit laten voeren door een andere gecertificeerde instelling. Alsdan blijft de uitvoering van de activiteiten voor rekening en risico van de gesubsidieerde gecertificeerde. - wachttijd: De definitie sluit aan bij het Normenkader jeugdbescherming en jeugdreclassering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel