Eerste lid
Naast de weigeringsgronden die zijn neergelegd in de algemene subsidieverordening weigert het college de subsidie in ieder geval als in de rangschikking van aanvragen overeenkomstig artikel 6, 7, of 8, niet ten minste 60 punten zijn behaald.
Tweede lid
Daarnaast kan een subsidie worden geweigerd als niet is voldaan aan één van de in deze regeling genoemde eisen of als uit de aanvraag naar oordeel van het college onvoldoende is gebleken dat de aanvrager de gehele subsidieperiode in staat zal zijn te beschikken over het in kwalitatief en kwantitatief opzicht benodigde personeel en materieel om de subsidiabele activiteiten uit te voeren. Het college is in deze gevallen niet verplicht, maar wel bevoegd de subsidie te weigeren.
Derde lid
Intrekking van verleende subsidie zal op grond van het derde lid volgen als de certificering, bedoeld in artikel 3.4 van de Jeugdwet, wordt ingetrokken.
Vierde lid
Intrekking van verleende subsidie is op grond van het vierde lid mogelijk wanneer het college het niet langer aannemelijk acht dat de subsidieontvanger gedurende de verdere looptijd van de subsidie in staat zal zijn te beschikken over het in kwalitatief en kwantitatief opzicht benodigde personeel en materieel om de subsidiabele activiteiten uit te voeren, dan wel er sprake is van frauduleus handelen, of een handelen van bestuurders van de subsidieontvanger dat naar het oordeel van het college de zorgcontinuïteit en/of de regelmatige uitvoering van de maatregelen in gevaar brengt. Hier geldt ook dat de intrekking van de subsidie geen plicht, maar een bevoegdheid is.
Artikel 14.
Aanvullende weigerings- en intrekkingsgronden
Onderdeel van Uitvoeringsregeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Regio Limburg Noord