Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Veiligheidseisen

Onderdeel van “Nadere regels voor het hebben van winkeluitstallingen”

De ingang(en) en nooduitgang(en) moeten vrij blijven van obstakels. Brandkranen en andere waterwinplaatsen moeten worden vrijgehouden en bereikbaar zijn voor hulpvoertuigen. De onbelemmerde doorgang (minimale breedte 3,50 meter en minimale hoogte 4.20 meter) voor voertuigen van brandweer, ambulance en politie, dient te allen tijde te worden gewaarborgd. De vluchtwegen van het pand, alsmede de aanliggende percelen, mogen door de winkeluitstalling niet worden belemmerd of geblokkeerd. Kabels en snoeren moeten indien deze over de vloer lopen, met goede plakstrips of matten worden vastgeplakt en zodanig dat struikelen en/of vallen wordt voorkomen. Uitstallingen moeten zo zijn geplaatst dat een voldoende aantal tussenpaden van ten minste 0,6 meter breed wordt vrijgehouden, zodat een snelle en veilige ontruiming is gewaarborgd.

Rechtspraak bij dit artikel