Het is om de volgende redenen ongewenst om vergunningen voor bouwactiviteiten tot in lengte van dagen in stand te laten:
De gemeente komt soms voor onaangename verrassingen te staan wanneer er opeens een bouwwerk/gebouw wordt opgericht op basis van een “slapende” vergunning. Planologische inzichten kunnen namelijk wijzigen en dienen in principe elke 10 jaar opnieuw in een bestemmingplan te worden vastgelegd.
Wijzigende bouwregelgeving; aan de nieuwste technische eisen wordt met het oprichten van een bouwwerk en/of gebouw op basis van een oude vergunning vaak niet meer voldaan.
Het telkens opnieuw moeten inspecteren van percelen, waarop een vergunning rust vormt een onevenredig belasting op beschikbare capaciteit van de toezichthouders.
Daarnaast is het vanuit administratief oogpunt gewenst dat het gemeentelijke bouwarchief zoveel als mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie.
Het is voor omwonenden onplezierig als zij geconfronteerd worden met oude bouwrechten, waartegen zij geen rechtsmiddelen meer kunnen aanwenden.
Om te waarborgen dat de meest actuele gegevens in het BAG worden vastgelegd, heeft het de voorkeur eerder opgenomen voorlopige gegevens uit de BAG te verwijderen op het moment dat duidelijk wordt dat een verleende omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen niet wordt geëffectueerd.
Artikel 2.
Waarom intrekken?
Onderdeel van Beleidsregel intrekken verleende bouwvergunningen en omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen Deurne 2010