aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs, bezoekt, van wie het inkomen meer bedraagt dan € 22.500,-- (schooljaar 2009/2010) wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan;
in geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die de in lid 1 bedoelde school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 22.500,--;
de kosten van openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik daarvan;
het bedrag van € 22.500,-- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,--. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 22.500,--;
deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een
vervoersvoorziening is verstrekt.