Naar hoofdinhoud

Artikel 31:

Overgangsregeling

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer Koggenland 2008

1.. Voor een leerling als bedoeld in Titel 6 voor wie in het schooljaar 2007/2008 krachtens de Wet Rea een vervoersvoorziening werd verstrekt, niet zijnde een voorziening in de vorm van een bruikleenauto of een voorziening deel uitmakend van of samenhangend met een leefvervoervoorziening, blijft, indien de ouders dat wensen, zo nodig in afwijking van artikel 3 aanspraak bestaan op een gelijkwaardige voorziening van en naar de school die de leerling in schooljaar 2007-2008 bezocht. 2.. Voor de leerling van leerwegondersteunend onderwijs of praktijkonderwijs die in het schooljaar 2007-2008 een vervoersvoorziening kreeg naar een school voor speciaal voortgezet onderwijs, leerwegondersteunend onderwijs, praktijkonderwijs of een opdc, blijft aanspraak bestaan op een vervoersvoorziening van en naar de school of opdc die de leerling in het schooljaar 2007-2008 bezocht indien de afstand van de woning naar de school meer dan 6 km bedraagt. Titel 5 is van overeenkomstige toepassing. 3.. De bepalingen in Titel 6 zijn voor de eerste maal van toepassing in het schooljaar 2002-2003. Op het vervoer van leerlingen voorafgaand aan het schooljaar 2002-2003 en daarop betrekking hebbende geschillen, blijven de regelingen zoals luidend voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze verordening van toepassing. 4.. Aanvragen die in de voorgaande schooljaren zijn toegekend op grond van artikel 29 Verordening Leerlingenvervoer en niet hebben voldaan aan de kilometergrens van 6 kilometer kunnen als overgangsperiode tot het einde van hun schoolperiode gebruik maken van deze regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel