Een commissie vergadert zo dikwijls haar voorzitter dat nodig oordeelt of ten minste twee leden van de commissie onder opgaaf van redenen en met vermelding van het onderwerp van de vergadering daarom schriftelijk aan de voorzitter van de commissie vragen.
De voorzitter nodigt de leden schriftelijk voor het houden van een vergadering uit. De uitnodiging, de agenda en de daarbij behorende stukken worden, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste een week voor de dag van vergadering aan de leden toegezonden. Een vergadering waarom door het vereiste aantal leden op de voorgeschreven wijze is gevraagd, wordt gehouden binnen twee weken na ontvangst van het verzoek.
De voorzitter draagt er, ten aanzien van openbare vergaderingen zorg voor, dat gelijktijdig met de leden van de commissie degenen die direct-belanghebbende zijn bij de op de agenda vermelde onderwerpen, waaronder het bestuurlijk verantwoordelijk lid van het college, worden uitgenodigd voor het bijwonen van de vergadering. Voor iedere vergadering zendt hij de agenda mede toe aan de raadsleden die geen lid zijn van zijn commissie.
De “Richtlijnen voor de raadscommissievergaderingen na 6 maart 2002” die als bijlage bij deze verordening zijn gevoegd maken integraal deel uit van deze verordening.