1: In deze verordening wordt verstaan onder:
Markt: de warenmarkt die krachten het besluit van de raad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden.
Marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, die bij besluit van de raad voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen.
Standplaats: de door burgemeester en wethouders aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel voor de duur van de markt met een standaard maat, per kraam van 4 meter strekkende lengte, de breedte per standplaats nader vast te stellen al naar gelang de omstandigheden.
Vaste plaats: standplaats die tot wederopzegging ter beschikking staat aan de vergunninghouder.
Dagplaats: standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld.
Vergunninghouder: een ieder die van burgemeester en wethouders een vergunning heeft ontvangen om een standplaats in te nemen.
Marktmeester: de door burgemeester en wethouders daarvoor aangewezen ambtenaar.
2: In deze verordening wordt de mannelijke persoonsvorm gebruikt; de vrouwelijke
persoonsvorm wordt geacht er te zijn bij inbegrepen.
Tijdelijk andere plaats of dag.