De vergunning voor een vaste plaats wordt ingetrokken:
a. op een, bij voorkeur schriftelijk, verzoek van de vergunninghouder;
b. wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meerder eisen gesteld in artikel 12;
c. bij overlijden van de vergunninghouder, behoudens het bepaalde in lid 3 van dit artikel
d. indien de vergunninghouder niet tenminste eens per twee weken en ten minste negen maal per
kwartaal zijn plaats op de markt inneemt, zulks met inachtneming van het bepaalde in artikel 20 en 21.
De vergunning voor een vaste plaats wordt ingetrokken van diegene die persoonlijk gedurende drie
achtereenvolgende maanden geen gebruik heeft gemaakt van het recht op het innemen van een vaste plaats.
Bij het overlijden van de vergunninghouder wordt de vergunning voor de vaste standplaats, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12, overgeschreven op de overblijvende echtgenoot of daarmee gelijkgestelde, indien daartoe een schriftelijk verzoek binnen één maand na het overlijden is ingediend.
Wegens bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders, bij gemotiveerd besluit, afwijken van het in dit artikel bepaalde.
Tijdstip bezetten van een standplaats.