Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor een vaste plaats, al dan niet voorwaardelijk, in zijn geheel intrekken of de standplaatsvergunning telkens voor ten hoogste twee achtereen- volgende marktdagen intrekken als:
de vergunninghouder het bij of krachtens deze verordening bepaalde overtreedt;
van de standplaats gebruik wordt gemaakt in strijd met het doel waarvoor zij is bestemd;
de vergunninghouder of zijn personeel zich schuldig maakt aan wangedrag;
de vergunninghouder, ondanks tweemaal te zijn gewaarschuwd, de markt verlaat voor sluitingstijd;
de vergunninghouder zijn voertuig parkeert anders dan op de door burgemeester en wethouders aangewezen plaats(en);
de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
Vergoeding gemaakte kosten, waarschuwingen.