Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Erfgoedverordening Beverwijk 2017

In deze verordening wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder: cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed; monument: onroerende zaak, terrein of complex van zaken, terreinen en/of wateren, die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; gemeentelijk erfgoedregister: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen onroerende en roerende zaken of terreinen bedoeld in onderdeel c; provinciaal monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het provinciaal erfgoedregister; rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister; archeologisch monument: terrein dat deel uitmaakt van cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen van menselijke aanwezigheid in het verleden, met inbegrip van die overblijfselen, voorwerpen en sporen; beschermd stads- of dorpsgezicht: groep van onroerende zaken die van algemeen belang is vanwege zijn schoonheid, zijn onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel zijn wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groep zich één of meer monumenten bevinden en welke groep is ingeschreven in het gemeentelijke erfgoedregister; college: college van burgemeester en wethouders; commissie: een commissie van deskundigen als bedoeld in artikel 4.20 van de Erfgoedwet; adviescommissie: een commissie van deskundigen ingevolge artikel 84 van de Gemeentewet ingesteld door het college van burgemeester en wethouders, genaamd de Monumentencommissie Beverwijk, met als taak het college te adviseren over de toepassing over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Omgevingswet, de verordening en het monumentenbeleid; minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel