Met betrekking tot schepen waarvoor een vaarvergunning is afgegeven, kan in de in het vorige artikel onder a. en b. genoemde gevallen en bij vermoeden van ernstige gebreken aan het schip in opdracht van burgemeester en wethouders een onderzoek worden ingesteld door de in artikel 4, lid 2, bedoelde instantie of deskundige. De eigenaar van het schip en de schipper zijn verplicht op vordering van burgemeester en wethouders medewerking te verlenen aan dat onderzoek.
De vaarvergunning wordt door burgemeester en wethouders in de volgende gevallen ingetrokken;
indien bij het onderzoek blijkt, dat niet wordt voldaan aan de in de vaarvergunning vermelde eisen;
indien niet wordt voldaan aan de verordening tot medewerking aan het onderzoek.
De intrekking vindt niet plaats dan nadat de eigenaar in de gelegenheid is gesteld de redenen voor de intrekking weg te nemen.
De eigenaar en de schipper worden van de intrekking bij aangetekend schrijven op de hoogte gesteld onder vermelding van de redenen die tot de intrekking hebben geleid.
De commandant van de Rijkspolitie te water ontvangt een afschrift van het in lid 4 bedoelde schrijven.
Artikel 7
Artikel 7
Onderdeel van Verordening ter bevordering van de veiligheid van de vaart van passagiersschepen