Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Regeling vakantieverlof 2002

1.. De volgens artikel 2 vastgestelde duur van de vakantie wordt voor de ambtenaar die op 31-12-1998 in dienst is verhoogd met een aantal dienstdagen dat afhankelijk van de leeftijd dan wel het aantal dienstjaren die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, overeenkomstig de hierna vermelde tabel: leeftijd aantal dienstjaren verhoging 18 jaar 3 dienstdagen 19 jaar 2 dienstdagen 20 jaar 1 dienstdag 21 t/m 34 jaar 0 dienstdagen 35 t/m 39 jaar 15 t/m 19 2 dienstdagen 40 t/m 44 jaar 20 t/m 24 3 dienstdagen 45 t/m 49 jaar 25 t/m 29 4 dienstdagen 50 t/m 54 jaar 30 t/m 34 5 dienstdagen 55 jaar en ouder 35 en meer 6 dienstdagen 2.. In afwijking van het bepaalde in lid 1wordt de vastgestelde duur van de vakantie volgens artikel 2 voor de ambtenaar die op of na 01-01-1999 in dienst is gekomen op grond van zijn leeftijd verhoogd met: leeftijd verhoging 35 t/m 39 jaar 0 dienstdagen 40 t/m 44 jaar 1 dienstdagen 45 t/m 49 jaar 2 dienstdagen 50 t/m 54 jaar 3 dienstdagen 55 jaar en ouder 4 dienstdagen 3.. Indien de ambtenaar die op of na 01-01-1999 in dienst is gekomen op grond van zijn dienstjaren hogere aanspraken op dienstdagen heeft dan op grond van zijn leeftijd zoals vermeld in lid 2, gelden de dienstdagen zoals vermeld bij lid 1 van dit artikel. 4.. Onder dienstjaren, in het vorige lid genoemd, worden verstaan alle in overheidsdienst doorgebrachte jaren, zowel die in vaste of tijdelijke dienst als op arbeidsovereenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel