**1..** De volgens artikel 2 vastgestelde duur van de vakantie wordt voor de ambtenaar die op 31-12-1998 in dienst is verhoogd met een aantal dienstdagen dat afhankelijk van de leeftijd dan wel het aantal dienstjaren die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, overeenkomstig de hierna vermelde tabel:
leeftijd
aantal dienstjaren
verhoging
18 jaar
3 dienstdagen
19 jaar
2 dienstdagen
20 jaar
1 dienstdag
21 t/m 34 jaar
0 dienstdagen
35 t/m 39 jaar
15 t/m 19
2 dienstdagen
40 t/m 44 jaar
20 t/m 24
3 dienstdagen
45 t/m 49 jaar
25 t/m 29
4 dienstdagen
50 t/m 54 jaar
30 t/m 34
5 dienstdagen
55 jaar en ouder
35 en meer
6 dienstdagen
**2..** In afwijking van het bepaalde in lid 1wordt de vastgestelde duur van de vakantie volgens artikel 2 voor de ambtenaar die op of na 01-01-1999 in dienst is gekomen op grond van zijn leeftijd verhoogd met:
leeftijd
verhoging
35 t/m 39 jaar
0 dienstdagen
40 t/m 44 jaar
1 dienstdagen
45 t/m 49 jaar
2 dienstdagen
50 t/m 54 jaar
3 dienstdagen
55 jaar en ouder
4 dienstdagen
**3..** Indien de ambtenaar die op of na 01-01-1999 in dienst is gekomen op grond van zijn dienstjaren hogere aanspraken op dienstdagen heeft dan op grond van zijn leeftijd zoals vermeld in lid 2, gelden de dienstdagen zoals vermeld bij lid 1 van dit artikel.
**4..** Onder dienstjaren, in het vorige lid genoemd, worden verstaan alle in overheidsdienst doorgebrachte jaren, zowel die in vaste of tijdelijke dienst als op arbeidsovereenkomst.