Naar hoofdinhoud
1.. Bij ziekte van de buitengewoon ambtenaar zijn de artikelen 7:1 tot en met 7:3 (definities, begeleiding en recht op salaris bij ziekte), 7:9 tot en met 7:14 (verplichtingen en sancties) en 7:19 tot en met 7:21 (samenloop doorbetaling salaris en uitkering) van de CAR/UWO van overeenkomstige toepassing. 2.. Voor toepassing van dit artikel wordt onder salaris verstaan: het gemiddelde van het totaal aan vergoedingen bedoeld in artikel 3 over de 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar. Voor zover het dienstverband van de buitengewoon ambtenaar op deze datum nog geen 12 maanden heeft geduurd, wordt gerekend met het bedrag dat hem gemiddeld per maand is toegekend over de periode waarin hij in dienst is. 3.. Bij ziekte van de buitengewoon ambtenaar jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd wordt het recht op vakantie berekend op basis van het gemiddelde van het totaal aantal uren vakantie als bedoeld in artikel 5 over de 12 maanden onmiddellijk voorafgaande aan de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar. Voor zover het dienstverband van de buitengewoon ambtenaar op deze datum nog geen 12 maanden heeft geduurd, wordt gerekend met het aantal uren vakantie dat hem gemiddeld per maand is toegekend over de periode waarin hij in dienst is. 4.. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder de eerste dag van ongeschiktheid van de buitengewoon ambtenaar verstaan: de dag waarop de ambtenaar is aangewezen om een huwelijk of geregistreerd partnerschap te voltrekken, waarvoor hij wegens ziekte is verhinderd. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel