Ambtelijke bijstand wordt verleend tenzij:
het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt, dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;
de taakuitoefening van de betreffende functionarissen hierdoor aanmerkelijk zou worden belemmerd en de bijstand niet tot geringere, meer aanvaardbare proporties kan worden teruggebracht.
Paragraaf 3
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van regeling inzake het verstrekken van ambtelijke bijstand aan de leden van de gemeenteraad