De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder a bedraagt per jaar:
Van 0 m3 tot en met 250 m3 € 194,93
Van 251 m3 tot en met 500 m3:
Bedrag onder a. + € 120,- € 314,93
Van 501 m3 tot en met 750 m3:
Bedrag onder b. + € 120,- € 434,93
Van 751 m3 tot en met 1.000 m3:
Bedrag onder c. + € 120,- € 554,93
Van 1.001 m3 tot en met 1.250 m3:
Bedrag onder d. + € 120,- € 674,93
Van 1.251 m3 tot en met 1.500 m3:
Bedrag onder e. + € 120,- € 794,93
Indien in een belastingtijdvak meer dan 1.500 m3 wordt verbruikt, is boven het ingevolge het onder f verschuldigde bedrag een recht verschuldigd van € 120,- per jaar van het belastingtijdvak, voor elke hoeveelheid van 250 m3 of gedeelte daarvan waarmee de hoeveelheid van 1.500 m3 wordt over-schreden.
De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1 onder a en b bedraagt per jaar:
Tot 15.000 m3 is de opbouw van de belasting gelijk aan het vermelde onder artikel 3, lid 1 onder a;
Boven de 15.000 m3 maar minder dan 30.000 m3 € 7.400,00
Boven de 30.000 m3 maar minder dan 100.000 m3 € 15.000,00
Boven de 100.001 m3 € 22.500,00
Artikel 6
Belastingtarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2018