Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Gemeentelijk beleid

Onderdeel van Beheersverordening Woongebieden Kaatsheuvel gemeente Loon op Zand

3.2.1 Structuurvisie-Plus In de gemeentelijke Structuurvisie-Plus (vastgesteld 5 februari 2004) worden de kaders aangegeven voor het beheer en de ontwikkeling van het stedelijk en het landelijk gebied. De eigen identiteit van de gemeente en de diverse kernen alsmede de mogelijkheden om deze te versterken staan daarbij centraal. De structuurvisie draagt bij aan een heldere positionering van de gemeente en geeft antwoord op tal van toekomstige beleidsvraagstukken. De structuurvisie staat ook voor een duurzame structuur, waarbinnen kwaliteit geleidelijk kan groeien. Er wordt daarbij een evenwicht tussen de verschillende beleidssectoren nagestreefd. In het verleden was binnen de gemeente Loon op Zand sprake van een afname van de stedelijke groei. Er is sindsdien veel aandacht besteed aan versterking van de kwaliteit van het woon- en leefmilieu. Dit zal ook de komende jaren nog worden voorgezet. Ten behoeve hiervan zijn de volgende hoofdlijnen van beleid gedefinieerd: zorgdragen voor een duidelijk contrast ten opzichte van de stedelijke gebieden van Tilburg en Waalwijk en versterken van de eigen identiteit; behoud en versterking van cultuurhistorische waarden, elementen en structuren; zorgen voor duurzame, energiezuinige ontwikkelingen; op een evenwichtige wijze inspelen op de toenemende vergrijzing van de bevolking (onder meer de realisering van specifieke woonvormen en van specifieke zorgvoorzieningen); streven naar het realiseren van voldoende woon-, werk- en recreatieruimte voor de opvang van de eigen bevolking. Voor het buitengebied en de twee grotere kernen Loon op Zand en Kaatsheuvel zijn deelkaarten gemaakt waarop het beleid van de structuurvisie in kaartbeeld is vervat. Op de deelkaart Kaatsheuvel is te zien dat het beleid met name gericht is op het consolideren en versterken van de bestaande structuren. Aan de oostzijde van de kern is ruimte voor woningbouwontwikkeling en het centrum is aangeduid als herstructureringsgebied. Daarnaast is ruimte voor nieuwe ontsluitingswegen om zo de bestaande wegen te ontlasten. Dergelijke ontwikkelingen worden echter niet meegenomen in deze beheersverordening. Deze gebieden vallen dan ook buiten het besluitgebied. StructuurvisiePlus deelkaart Kaatsheuvel 3.2.2 Woonvisie-Plus In samenwerking met Casade Woondiensten heeft de gemeente Loon op Zand op 14 mei 2009 de Woonvisie-Plus opgesteld. De gemeente Loon op Zand wil stevig inzetten op het behouden en versterken van de woonkwaliteit in de dorpskernen. Daarvoor formuleert zij een visie tot 2015, met een doorkijk naar 2020. Zij wil een brede en vooral ook concrete visie op de ontwikkeling van welzijn, wonen en zorg in de gemeente. Een visie die niet alleen over woningen gaat, maar juist ook over (voorzieningen voor) leefbaarheid, onderwijs, welzijn en zorg. Kortom: alle aspecten die de woonkwaliteit in de gemeente bepalen. Voor het woonbeleid wordt een drietal doelstellingen geformuleerd: complete en robuuste kernen en wijken; Loon op Zand profileren als recreatiegemeente; keuzemogelijkheden voor alle bevolkingsgroepen. Het bereiken van de genoemde drie doelstellingen vindt plaats aan de hand van een uitvoeringsprogramma voor het woonbeleid voor de periode 2008-2020. Hieronder is dit uitvoeringsprogramma beschreven. Complete en robuuste kernen en wijken (1) in wijken en kernen werken aan slimme functiecombinaties van voorzieningen; werken aan een totaalaanbod van haal- en brengdiensten in de dorpen; planologische mogelijkheden voor mantelzorgwoningen creëren; Profileren als recreatiegemeente (2) ontwikkelen van recreatiebeleid in beleidsvisie Recreatie en Toerisme; de toegangswegen in de dorpskernen meer uitstraling geven door inrichting openbare ruimte en stedenbouwkundige afronding; maximaal bevorderen en voorrang geven aan projecten met de meest strenge energierichtlijnen (label A++, EPC lager dan 0,5); in prestatieafspraken met Casade afspraken maken over energieprestatie in relatie tot woonlastenbeleid voor bestaande woningvoorraad; Keuzemogelijkheden voor alle groepen (3) vergroten sociale voorraad door circa 35% van de nieuwbouw in de sociale sector; stimuleren van breed aanbod van woonconcepten voor senioren met accent op grondgebonden nultredenwoningen en nultredenappartementen; als richtlijn bij ontwikkeling toepassen van het basispakket Woonkeur en BTB en een pluspakket veiligheid voor woning en woonomgeving. Daarbij experimenten met Domotica stimuleren; prestatieafspraken met Casade maken over het vernieuwingsprogramma om de kwaliteit van het bestaande aanbod van seniorenwoningen te verbeteren door sloop-nieuwbouw of renovatie; jaarlijks toevoegen 20 eenheden (huur en koop) ‘verzorgd wonen’ nabij woonzorgservicezones in Kaatsheuvel en Loon op Zand; onderzoek naar inzet starterslening vanuit SVN en andere financieringsmogelijkheden; stimuleren van CPO door bij projectovereenkomst eisen te stellen bij locatieontwikkeling, en advisering en voorlichting aan op te richten collectieven; onderzoek naar huisvestingsvraag van buitenlandse werknemers; in de koopsector toevoegen van tweekappers en vrijstaande woningen; samen met Casade inzet voor de huisvesting en statushouders en pardonners conform taakstelling afspreken; de huidige woonwagenstandplaats normaliseren en niet meer overdragen aan Stichting Jade; Het uitvoeringsprogramma wordt daarnaast aangevuld met de onderstaande twee programmapunten: Maken prestatieafspraken met Casade; Jaarlijks monitoren voortgang woonvisie en uitwerking in jaarverslag. Na vier jaar actualiseren woonbeleid. Het uitvoeringsprogramma is per kern uitgewerkt. Daarbij is de kern Kaatsheuvel onderverdeeld naar een uitwerking voor Kaatsheuvel-West en een uitwerking voor Kaatsheuvel-Oost. Voor Kaatsheuvel-West geldt het volgende: met het versterken van het profiel wordt de beeldkwaliteit bedoeld (onder andere Hilsestraat, en de Antonius / Hoofdstraat ) en invalswegen (onder andere Marktstraat); versterken centrum Kaatsheuvel door: uitvoeren Bruisend Dorpshart; kernwinkelgebied; uitstraling openbare ruimte verbeteren; parkeergelegenheid verbeteren; ruimte bieden om activiteiten in openbare ruimte te organiseren; centraliseren van sociaal-culturele accommodaties voor bovenwijkse activiteiten; locatieonderzoek voor nieuwe sporthal; vergroten van kwaliteit openbaar groen; verbeteren van wandelroutes naar het centrum en de voorzieningen in de wijk. Voor Kaatsheuvel-Oost geldt: organiseren van wijkactiviteiten en faciliteren van ontmoetingsplaatsen; ruimte bieden om activiteiten in openbare ruimte te organiseren; ontwikkelen woonzorgzone in de buurt van ’t Rooi Dorp / Chalet Fontaine; onderzoek naar mogelijkheden nieuwbouw ten behoeve van Theresiaschool; creëren aantrekkelijke toegangsroutes naar centrum; verbeteren toegangsroutes (onder andere Gasthuisstraat / van Heeswijkstraat) naar Loonse en Drunense Duinen. De programmapunten betreffen voor een groot deel ontwikkelingsgerichte zaken. Dergelijke ontwikkelingen vereisen een separate planprocedure en maken derhalve geen dele uit van deze beheersverordening. Punten die betrekking hebben op het gebruik van de bestaande (openbare) ruimte worden waar mogelijker wel in de regels van de beheersverordening ingepast. 3.2.3 Verkeersplan 2009-2015 Het Verkeersplan 2009-2015 is door de gemeente Loon op Zand vastgesteld op 1 oktober 2009 en in het plan is het verkeersbeleid tot 2015 vastgelegd. De gemeente streeft naar een goede bereikbaarheid voor alle bestemmingen en voor alle verkeerssoorten. Als doelen worden geformuleerd: opnieuw bepalen wat de wenselijke verkeersstructuur is voor de onderscheiden verkeerscategorieën en dit onder brengen in een integraal verkeersplan; inventariseren welke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd om deze structuur te bewerkstelligen; de te nemen maatregelen inventariseren, die leiden tot een zodanig gunstig ongevallenbeeld, dat minstens voldaan wordt aan de landelijke doelstelling; de uit te voeren werkzaamheden en de te nemen maatregelen opnemen in een actieplan; voldoen aan de voorwaarden voor cofinanciering van de daarvoor in aanmerking komende projecten; het binnen te stellen kaders oplossen van knelpunten bij parkeren. De kern Kaatsheuvel is van voldoende omvang om een verdeelsysteem te introduceren waarbij de hoofdstructuur naar buiten toe gericht is om concentratie van het autoverkeer in de woongebieden naar het centrum toe te vermijden. Voor dit verdeelsysteem zijn randwegen c.q. een rondweg nodig. Deze rondweg kan worden gevormd door een aantal bestaande wegen door te trekken, te verbinden dan wel gedeeltelijk om te leggen. Kaatsheuvel heeft drie belangrijke verkeersaantrekkende voorzieningen, te weten het centrum (winkels/supermarkten), het bedrijventerrein De Kets en de Efteling. Al deze gebieden zijn goed ontsloten via aansluitingen op de N261 ten oosten van de kern en daarmee ook via het nationale hoofdwegenstelsel. Een aantal wegen kan worden ingericht als 30 km/h-zone om zo de verkeersveiligheid te verbeteren. Een deel van de in het Verkeersplan opgenomen plannen zijn reeds in uitvoering. Voor de nog uit te voeren maatregelen zullen separate plannen worden opgesteld zoals in het geval van de aanleg van nieuwe wegen. Herstructurering van bestaande wegen is binnen de kaders van de beheersverordening mogelijk voor zover dit binnen de grenzen van de verkeersbestemming plaatsvindt. 3.2.4 Sociaal-Economisch Beleidsplan 2011-2015 Het Sociaal-Economisch Beleidsplan 2011-2015 is vastgesteld op 17 mei 2011 en biedt een koers, waarmee de Loonse economie zich verder kan ontwikkelen. Aan de hand van structurerende thema’s is de huidige situatie in de gemeente in beeld gebracht en zijn SWOT-analyses gemaakt. Voor de kernen, werklocaties, het buitengebied en de arbeidsmarkt is een toekomstvisie ontwikkeld, waar concrete projecten en activiteiten aan zijn gekoppeld. Per project zijn de betrokken partijen, planning en benodigde capaciteit benoemd. Voor de kern Kaatsheuvel staat centraal: versterken en verbinden. Hier is de belangrijkste concentratie van winkels en horeca gelegen. Om de positie van het centrum te verbeteren ligt het accent op: het versterken van de bestaande ruimtelijke en functionele structuur. Daarnaast wordt gestreefd om met behulp van nieuwe ontwikkelingen kwaliteitsaanbod aan Kaatsheuvel toe te voegen en tegelijk de ruimtelijke uitstraling verbeteren; het creëren van een compact centrum waarin voorzieningen (winkels, horeca, cultuur, dienstverlening en sociaal maatschappelijke voorzieningen) maximaal van elkaars nabijheid en aantrekkingskracht profiteren. Als aan deze doelstellingen invulling kan worden gegeven, komt een derde kernopgave in zicht. Die richt zich op het binden van de eigen inwoners om in Kaatsheuvel te winkelen. En het verleiden van de toeristisch recreatieve bezoekers om ook het centrum van Kaatsheuvel aan te doen. De speerpunten van het beleid zijn uiteindelijk uitgewerkt in een actieprogramma. Voor Kaatsheuvel ligt de nadruk op een doorontwikkeling van het kernwinkelgebied. 3.2.5 Water- en rioleringsplan Voor de planperiode 2011-2015 is door de gemeente Loon op Zand op 22 september 2010 een Water- en rioleringsplan opgesteld waarin de omgang met stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater is beschreven. Het plan bestaat uit een Verbreed gemeentelijk rioleringsplan en een Waterplan. In het deel dat betrekking heeft op het Verbreed gemeentelijk rioleringsplan wordt ingegaan op afvalwaterzorgplicht, hemelwaterzorgplicht en grondwaterzorgplicht. In 2011 krijgen de laatste drie in de gemeente gelegen panden die nog niet op het riool waren aangesloten een aansluiting, waarna alle panden van een rioolaansluiting zijn voorzien. Met betrekking tot hemelwaterzorg-plicht zet de gemeente bewust in op het scheiden van het hemelwater van het vuile sanitaire water. De hiervoor benodigde ingrepen liften mee met de reguliere rioolvervanging of herinrichting. De grondwaterzorgplicht is een samenspel tussen de gemeente en particulieren, waarbij de rol van de gemeente zich beperkt tot structurele problemen met grondwateroverlast in openbare gebieden. Dergelijke maatregelen zijn over het algemeen goed mogelijk binnen de grenzen van de beheersverordening, hiervoor is separate planvorming niet vereist. In het deel van het Water- en rioleringsplan dat ingaat op het Waterplan wordt met name stil gestaan bij het aanwezige oppervlaktewater. Dit is slechts in beperkte mate aanwezig binnen de gemeente-grenzen. In het bebouwde gebied gaat de aandacht met betrekking tot het oppervlaktewater vooral uit naar waterkwantiteit, waterkwaliteit en ecologie, belevingswaarden (recreatief en economisch) en afstemming met andere beleidsvelden. Hierbij is het uitgangspunt het in stand houden van het bestaande systeem aan greppels, sloten en overige watergangen. Bij het formuleren van de gewenste situatie voor deze aandachtsgebieden wordt rekening gehouden met bestaand beleid en wet- en regelgeving. 3.2.6 Toeristisch recreatieve visie Loon op Zand De Toeristisch recreatieve visie Loon op Zand is vastgesteld op 19 maart 2009 en vormt deel I van het beleidsstuk 'Verhalen- en Avonturengemeente Loon op zand'. Loon op Zand heeft twee landelijk bekende topattracties binnen de gemeentegrenzen: het Nationaal park de Loonse en Drunense Duinen en attractiepark De Efteling. De gemeente huisvest met deze laatste, na Amsterdam, de grootste toeristische trekpleister van Nederland. Jaarlijks komen ongeveer 3,3 à 3,4 miljoen dag- en verblijfstoeristen naar de gemeente. De betekenis voor gemeente Loon op Zand, voor haar inwoners en haar ondernemers, zowel op gebied van leefbaarheid als economische ontwikkeling is daarom heel groot. De gemeente Loon op Zand wil dat de sector toerisme en de recreatie zich ook in de toekomst kan blijven ontwikkelen op dusdanige wijze dat groei van de sector gecombineerd wordt met het versterken van de leefomgeving. Om dit te bereiken heeft gemeente Loon op Zand voorliggende beleidsvisie opgesteld in samenwerking met belanghebbende ondernemers en organisaties. In de visie wordt een drietal belangrijke kernwaarden benoemd: de natuur en het landschap; de Brabantse sfeer; samenwerking en een goed ondernemersklimaat. Loon op Zand wil haar positie als recreatiegemeente versterken, een toeristische hotspot zijn in de regio. De toekomstpositie die wordt nagestreefd, is die van een jaarrond bezoek met aantrekkingskracht over het hele jaar. Dat vraagt om het versterken van de jaarrond producten en het richten op ‘all weather’ voorzieningen. Bij de productverbetering en productontwikkeling wordt ingespeeld op enerzijds ‘beleving en avontuur’ en anderzijds ‘rust en gemak’. Ook in de ruimtelijke inrichting wordt hiermee rekening gehouden. Voor de kernen van Kaatsheuvel en Loon op Zand en voor de gronden rondom Experience-Island ’t Blauwe Meer en De Efteling wordt ingezet op ‘beleving en natuur’. Voor de overige gebieden, de natuurgebieden Loonse en Drunense Duinen, landgoed Huis ter Heide en de kern De Moer staan ‘gemak en rust’ meer centraal. Binnen de grenzen van het besluitgebied zal met betrekking tot de toeristisch-recreatieve ontwikkeling vooral het onderbrengen van toeristen een rol spelen. Binnen Kaatsheuvel zijn enkele hotels aanwezig, van waaruit toeristen activiteiten kunnen ondernemen in de omgeving. In de bestaande recreatieve voorzieningen binnen het besluitgebied zijn geen grote wijzigingen voorzien. 3.2.7 Groenbeleidsplan Het Groenbeleidsplan Loon op Zand dateert van 24 augustus 2011 en omvat het gemeentelijke groenen bomenbeleid. Het uiteindelijke beleid moet gezien worden als kapstok waaraan alles wat met groen te maken heeft kan worden opgehangen. Het groenbeleidsplan richt zich op bebouwd gebied, zonder de relaties met het gemeentelijke groen in het buitengebied en de natuur- en recreatiegebieden uit het oog te verliezen. Het doel van het groenbeleidsplan is het vaststellen van beleidskaders voor het openbaar groen op gemeentelijk niveau en vormt de basis voor het opstellen van ruimtelijke plannen voor openbaar groen. Ook moet het groenbeleidsplan een richtlijn zijn voor de bewoners en moet het helder en duidelijk zijn voor het gemeentebestuur. Het groenbeleidsplan heeft geen juridische status, maar moet vooral gezien worden als strategisch plan voor het gemeentelijk groenbeleid op langere termijn. Daarnaast dient het plan handvatten te bieden voor de uitvoeringsplannen die hier uit kunnen voortvloeien. Ten aanzien van het aanwezige recreatieve groen (met name speelplekken) is het streven het aanbrengen van structuur en het waarborgen van de veiligheid. Het groen in de woonwijken, welke het grootste deel van het besluitgebied vormen, kan drie verschillende functies vervullen: aankleding van de openbare ruimte, educatieve functie en esthetische functie. Het is van belang dat de vorm en functie van de groenvoorziening met elkaar in overeenstemming zijn. Het groen langs de wegen is historisch bepaald en heeft de basisstructuur van het landschap bepaald en daarmee die van de ontsluitingswegen. Het groen langs de wegen heeft dan ook de functie van routering of van afscherming. Het is van belang dat het groen een toegevoegde waarde heeft en niet de verkeersveiligheid nadelig beïnvloedt. De ambities van het groenbeleidsplan zijn om tot een gestructureerd en samenhangend beleid te komen. Waarbij vanuit gegaan wordt dat het beleid niet statisch is, maar dat mee gaat in de ontwikkelingen van de tijd. Daarnaast zijn er voor de verschillende kernen van de gemeente knelpunten- en kansenkaarten opgesteld. Op de kaart voor de kern Kaatsheuvel is te zien dat de groenstructuur in de woonwijken overwegend goed is opgebouwd. Ter plaatse van de oude linten is in het straatprofiel vaak te weinig plaats om een goede verbindende groene structuur te realiseren. Aanpassingen aan de groenstructuur zijn binnen de kaders van de beheersverordening mogelijk binnen de groen- en verkeersbestemming. 3.2.8 Beleidsvisie externe veiligheid Op 20 april 2010 is de Beleidsvisie Externe Veiligheid Gemeente Loon op Zand opgesteld, waarin de gemeente aangeeft welke risico’s die het gevolg zijn van de productie, de opslag, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen zij acceptabel vindt en op welke manier deze risico’s te beheersen zijn. Gemeenten spelen een belangrijke rol bij externe veiligheid. In de eerste plaats hebben zij een uitvoerende taak bij de landelijke wet- en regelgeving. Dit betekent vooral dat zij externe veiligheid mee moeten nemen bij het verlenen van milieuvergunningen en bij het nemen van ruimtelijke besluiten zoals bestemmingsplannen (maar ook beheersverordeningen). Daarnaast hebben gemeenten zelf ook vrijheid om binnen de wettelijke kaders eigen beleid te ontwikkelen en maatregelen te treffen om risico’s te beperken. In de Beleidsvisie Externe Veiligheid geeft de gemeente Loon op Zand aan hoe zij deze beleidsvrijheid invult. Daarmee geeft de gemeente aan burgers en bedrijven duidelijkheid, hoe zij omgaat met de ruimtelijke scheiding tussen risicobronnen en kwetsbare objecten zoals woningen. De ambitie van de gemeente Loon op Zand is in de beleidsvisie als volgt omgeschreven: De gemeente Loon op Zand wil zorgen voor een blijvend maatschappelijk aanvaardbare risicosituatie voor burgers in relatie tot activiteiten met gevaarlijke stoffen in de omgeving. De acceptatie van risico’s wordt gestuurd door: de ambitie om een veilige woonomgeving te creëren voor de inwoners; de ambitie om vanuit een economisch en sociaal perspectief bedrijven voldoende kansen te bieden om zich in Loon op Zand te vestigen, een gezonde bedrijfsvoering te ontwikkelen en werkgelegenheid te creëren. Deze ambitie is voor verschillende gebiedstypen verder uitgewerkt. Voor de onderhavige beheersverordening zijn hoofdzakelijk het gebiedstype 'woonwijken' en in mindere mate 'gemengd gebied' relevant. In woonwijken verblijft een groot aantal mensen op een relatief beperkt oppervlak. Om de burgers een zo veilig mogelijke woonomgeving te bieden worden in dit gebiedstype geen bedrijven toegelaten die een veiligheidsrisico veroorzaken. Een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt door de gemeente niet geaccepteerd. De gemeente accepteert geen nieuwe kwetsbare objecten met verminderd zelfredzame personen zoals kinderen, bejaarden en zieken binnen het invloeds-gebied van een risicovol bedrijf of transportas. Het gemeentelijk grondgebied dat valt onder het gebiedstype gemengd gebied betreft vooral de lintbebouwing. Het ambitieniveau voor gemengd gebied komt grotendeels overeen met de ambitie voor een woonwijk. In tegenstelling tot in woonwijken worden in gemengd gebied echter wel nieuwe risicovolle bedrijven toegelaten mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat de risicocontour binnen de eigen perceelgrens blijft of op openbaar gebied ligt en er geen groei van het groepsrisico plaatsvindt als gevolg van de risicovolle activiteiten. Een overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico wordt door de gemeente niet geaccepteerd. De gemeente streeft er naar om gebouwen met verminderd zelfredzame personen niet binnen het invloedsgebied van een risicovol bedrijf of transportas te situeren. In het kader van de beheersverordening worden zowel in de woonwijken als de gemengde gebieden alleen de bestaande risicovolle inrichtingen opgenomen, voor zover deze dan wel de zoneringen daarvan aanwezig binnen het besluitgebied. Het inpassen van nieuwe risicovolle inrichtingen is binnen de grenzen van de beheersverordening niet mogelijk. 3.2.9 Handhavingsbeleid 2011-2014 Het Handhavingsbeleid 2011-2014 'Handhaven in de fysieke leefomgeving' betreft de handhaving van de fysieke leefomgeving, voor zover deze valt onder de verantwoordelijkheid van de afdeling Vergunningen en Handhaving van de gemeente Loon op Zand. De volgende deelgebieden / beleidsvelden maken deel uit van het beleidsplan: Bouw- en woningtoezicht Milieu Openbare orde Ruimtelijke ordening Veiligheid Met betrekking tot deze beleidsvelden zijn voor de woonkernen in relatie tot de beheersverordening vooral bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening van belang. Deze beleidsvelden hebben raakvlakken met de Wet ruimtelijke ordening en daardoor met ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Op basis van het handhavingsbeleidsplan, stelt de afdeling Vergunningen en Handhaving een jaarprogramma op. In dit jaarprogramma staat de concrete planning en uitvoering van het handhavingsbeleidsplan voor dat betreffende jaar. Bij de woonkernen ligt de handhavingsprioriteit bij afwijkingen van het bestemmingsplan.

Rechtspraak bij dit artikel