Naar hoofdinhoud
1.. Indien de cliënt een persoonsgebonden budget wil ontvangen als bedoeld in lid 4.2 lid 4., dan moet de cliënt bij de aanvraag een budgetplan bij het college worden ingediend 2.. Het college verstrekt in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet een persoonsgebonden budget indien: a.. de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b.. de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; en c.. naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt. d.. als het gaat om een dienst als bedoeld in artikel 4.2 lid 4, motiveert de cliënt waarom een persoonsgebonden budget, voorkeur heeft boven een verstrekking in natura, wat het doel/resultaat is van de inzet van het persoonsgebonden budget en de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vormgegeven. e.. de voorwaarde als bedoeld onder d vindt zijn vertaalslag in het onderzoeksverslag als bedoeld onder artikel 2.4 van deze verordening. 3.. Een persoonsgebonden budget wordt geweigerd indien: a.. de cliënt geen volledig ingevuld budgetplan heeft overgelegd volgens het door het college vastgestelde model; b.. de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het college te bespreken of, na voor zulk een gesprek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; c.. de cliënt, of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, één van diens ouders of voogden, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is verklaard; d.. ten aanzien van de cliënt of, indien de cliënt jonger is dan 18 jaar, ten aanzien van één van diens ouders of voogden, de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; e.. de cliënt het beheren van het persoonsgebonden budget laat uitvoeren door een persoon die de ondersteuning levert. f.. de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel