**1..** Het is verboden de weg of een weggedeelte of andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
het beoogde gebruik schade toebrengt, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud;
het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
het beoogde gebruik hinder of overlast oplevert voor de omgeving;
**2..** Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen, uitstallingen en sandwich- en/of driehoeksborden.
**3..** Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24; en
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17.
**4..** Het verbod in het eerste lid geldt eveneens niet ten aanzien van sandwich- en/of driehoeksreclameborden, met dien verstande dat:
Ten minste twee weken voorafgaand aan het plaatsen van de sandwich-en/of driehoeksreclameborden melding is gedaan aan het college;
De door het college gestelde nadere regels worden nageleefd.
**5..** Het college kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het plaatsen van sandwich-en/of driehoeksreclameborden te verbieden, indien:
onvoldoende informatie is verstrekt om te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de algemene regels als bedoeld in het vierde lid;
de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar komt.
**6..** Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Provinciale wegenverordening.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10