Naar hoofdinhoud
1.. Het is verboden op een openbare plaats: a.. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b.. zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig overlast of hinder berokkent. 2.. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht f artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. 3.. Degene die handelt in strijd met het in lid 1 bedoelde verbod is verplicht op bevel van een ambtenaar van de politie of buitengewoon opsporingsambtenaar die krachtens artikel 6:2 belast is met het toezicht op de naleving van deze verordening zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel