De regels met betrekking tot het verlagen van de inkomensvoorziening, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van de wet, luiden als volgt:
1. Voor de toepassing van artikel 41, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 1 tot en met 15
van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand van overeenkomstige toepassing;
2. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van schending van de
inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, zijn de artikelen 11 tot en
met 13 van de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand van overeenkomstige
toepassing;
3. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van schending van de overige
verplichtingen, bedoeld in artikel 45, van de wet, zijn de artikelen 9 en 10 van de
Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand van overeenkomstige toepassing;
4. Voor het verlagen van de inkomensvoorziening als gevolg van zeer ernstige misdragingen
als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de wet, is artikel 15 van de
Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand van overeenkomstige toepassing.
PARAGRAAF 2
Artikel 3.
Het verlagen van de inkomensvoorziening
Onderdeel van Tijdelijke regels Wet investeren in jongeren