Ter zake van het houden van een standplaats voor verkoop van eet- of koopwaren of tot het aanbieden of verrichten van diensten op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, anders dan voor een eigen winkel of anders dan als bedoeld in de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden, wordt onder de naam van standplaatsgeld een recht geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen.