Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan de
beheerder van een door de rechthebbende of gebruiker en de betrokken
rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht.
Overdracht is slechts mogelijk op naam van één (rechts)persoon.
Indien de rechthebbende op een graf is overleden en in het
betreffende graf begraven of een asbus bijgezet moet worden dient
het grafrecht vóórdat de begraving of bijzetting van een asbus
plaats vindt te zijn overgeschreven .
In geval van overlijden van de rechthebbende of gebruiker en er niet
in het betreffende graf begraven of bijgezet moet worden kan het
grafrecht worden overgeschreven op naam van een (rechts)persoon,
indien de aanvraag daartoe wordt gedaan binnen één jaar na het
overlijden van de rechthebbende of gebruiker.
De in het vorige lid bedoelde overschrijving dient binnen een
termijn van één jaar te worden gedaan.
Na het verstrijken van de in de vorige leden bedoelde termijn kan
het grafrecht alsnog op naam van een nieuwe rechthebbende of
gebruiker worden gesteld, tenzij het grafrecht betrekking heeft op
een graf dat inmiddels is geruimd.
Aan het grafrecht is de verplichting tot het betalen van
onderhoudsrechten verbonden.
Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak
te kunnen maken op enige vergoeding en onverminderd zijn
verplichting tot het betalen van kosten voor de lopende
termijn.
7. Opgraving en ruiming