Het college stelt per grafvak of groepen van grafvakken nadere
regels voor de grafbedekking op graven vast.
Het is verboden zonder vergunning van het college gedenktekens op
graven te plaatsen. Voor het aanvragen van de vergunning worden op
verzoek door de beheerder formulieren verstrekt.
Het college kan aan de vergunning als genoemd in het derde lid
voorschriften en beperkingen verbinden.
Een vergunning voor een gedenkteken kan worden gewijzigd,
ingetrokken of geweigerd indien:
de duurzaamheid van de gebruikte materialen onvoldoende of
de fundering en constructie onvoldoende stevig en veilig
wordt geacht;
ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel
onvolledige gegevens zijn verstrekt.
de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen
niet zijn of worden nagekomen of de op de vergunning van
toepassing zijnde regelgeving niet is of wordt
nagekomen.
van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen een
daarin gestelde termijn dan wel bij gebreken van een
dergelijke termijn binnen een redelijke termijn.
de houder van de vergunning dit verzoekt;
het gedenkteken naar het oordeel van de beheerder ernstig
afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
de tekst of afbeelding op het gedenkteken naar het oordeel
van de beheerder aanstootgevend of kwetsend kan zijn;
niet voldaan wordt aan de in het vorige lid bedoelde nadere
regels.
Voor het afgeven van de in het derde lid bedoelde vergunning worden
kosten in rekening gebracht.
Op een gedenkteken moet het grafnummer duurzaam worden aangebracht,
op een door de
beheerder aan te geven plaats.
Het (doen) plaatsen of aanbrengen van grafbedekking op graven
geschiedt door of namens de rechthebbende of gebruiker.
Alle kosten voor het plaatsen of aanbrengen, herstellen of
vernieuwen van grafbedekking komen voor rekening van de
rechthebbende of gebruiker.
De rechthebbende of gebruiker is verplicht de grafbedekking naar het
oordeel van de beheerder goed te onderhouden.