De begraafplaats is dagelijks toegankelijk van 9 tot 16 uur en op
zon- en feestdagen van 12 tot 16 uur. In voorkomende gevallen kan de
beheerder een ruimere openstelling toestaan.
De beheerder kan bezoekers de toegang tot (een deel van) de
begraafplaats en /of de gebouwen tijdelijk ontzeggen in verband met
werkzaamheden of ter handhaving van de rust en orde op de
begraafplaats.
Bezoekers van de begraafplaats, waaronder ook personen in de
uitoefening van hun beroep of bedrijf worden begrepen, dienen zich
ordentelijk te gedragen en de door of namens beheerder gegeven
aanwijzingen op te volgen.
Het is verboden:
met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden anders dan
voor een begrafenis of vervoer van materialen;
met fietsen, bromfietsen of andere motorrijwielen op de
begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren;
honden of andere dieren niet aangelijnd mee te nemen;
voor kinderen onder de 14 jaar zich zonder begeleiding op de
begraafplaats te bevinden;
op de graven te lopen of te zitten en gereedschappen of
andere niet tot de graven behorende voorwerpen neer te
leggen;
de begraafplaats te verontreinigen;
zonder toestemming of opdracht van de nabestaanden een
uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te
registreren;
zonder voorafgaande kennisgeving aan de beheerder
werkzaamheden op de begraafplaats te verrichten.
bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor
reclame te maken;
as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te
bezigen;
gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor publiek
geopend is zich daarop te bevinden.
Het college kan ontheffing verlenen voor de in het vierde lid
genoemde verboden.
Het college kan aan de ontheffing als genoemd in het vijfde lid
voorwaarden en beperkingen verbinden.
De beheerder kan personen die zich niet aan de verboden, uit in het
vierde lid houden van de begraafplaats (laten) verwijderen.
Bij herhaalde overtredingen als genoemd in het vierde lid kan het
college één of meer personen gedurende een nader te bepalen periode
de toegang ontzeggen.
Hij die handelt in strijd met de bepalingen in artikel 4 kan worden
gestraft met een geldboete van de eerste categorie.
3. Indeling van de begraafplaats, onderscheid van de graven en
asbestemming