1.Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning
als bedoeld in artikel 2 verlenen voor het parkeren op
belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuurplaatsen.
Deze vergunning kan worden verleend met inachtneming van het
gestelde in de artikelen 4 tot en met 11.
2.Het college kan aan een vergunning als bedoeld in het eerste lid
nadere voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot
bescherming van het belang van een goede verdeling van de
beschikbare parkeerruimte.