**1..** De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het lid 1 moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 10, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
AFDELING IV:
Artikel 14
Termijnen van betaling
Onderdeel van Parkeerverordening 2016 met tarieventabel 2019