1 De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee
weken voor de zitting schriftelijk uit.
2 Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend
orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de
zitting te wijzigen.
3 De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor
het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan
meegedeeld.
4 De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking
toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde
lid.