Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2: › Paragraaf 2.6:

Artikel 2:23:

Activiteiten zoeken

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2018

1.. De belanghebbende gaat, voordat het college hem een tegenprestatie opdraagt, gedurende maximaal één maand zelf op zoek naar onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten die hij kan gaan verrichten. Het college kan, op basis van bijzondere omstandigheden, de termijn met een maand verlengen. 2.. Als de belanghebbende zelf onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten heeft gevonden, meldt hij dit bij het college. Het college beoordeelt of de door de belanghebbende gevonden activiteiten voldoen aan de criteria zoals genoemd in artikel 2:23, tweede lid. 3.. Als de belanghebbende na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het heerste lid, geen onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten heeft gevonden, dan draagt het college een tegenprestatie op. 4.. Belanghebbende legt samen met de organisatie waarvoor hij activiteiten gaat verrichten vast: a.. waaruit de activiteiten bestaan; b.. voor hoeveel uren per week belanghebbende de activiteiten gaat uitvoeren; c.. gedurende hoeveel weken of maanden hij de activiteiten gaat uitvoeren; d.. of de organisatie een vergoeding toekent voor het verrichten van de activiteiten, alsmede de hoogte van de eventuele vergoeding. 5.. Het college voegt deze afspraken, zoals bedoeld in het vierde lid, toe aan het plan van aanpak. 6.. Als de belanghebbende , na het verrichten van de tegenprestatie, doorgaat met het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten, legt het college dit vast in een nieuwe versie van het plan van aanpak.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel